Schrijfpraat #27 Oplichterssyndroom

Misschien ken je het wel, je (nieuwe) baas vraagt je een bepaalde taak uit te voeren. Je gaat aan de slag, maar eigenlijk twijfel je constant of je het wel goed doet. Uiteindelijk presenteer je het eindresultaat en je krijgt veel tevreden reacties. Toch voelt het niet alsof je heel goed bezig bent geweest, je deed immers ook maar wat en je hebt regelmatig Google geraadpleegd, het was puur geluk en je bent helemaal niet zo goed als iedereen nu zegt … Herkenbaar? Welkom bij het clubje mensen dat lijdt aan het oplichterssyndroom!

Wat is het oplichterssyndroom?
Het oplichterssyndroom, beter bekend als imposter’s syndrome is een term die voor het eerst in 1978 werd gebruikt door een aantal psychologen om mensen te omschrijven die niet in staat zijn hun prestaties te internaliseren. Ondanks dat er genoeg bewijs is van hun kunde en skills schuiven ze het steeds af op geluk, timing of het misleiden van andere mensen waardoor die denken dat ze intelligenter en competenter zijn dan ze zelf geloven. Het kan ervoor zorgen dat ze nog harder gaan werken om te voorkomen dat ontdekt wordt dat ze de mensen ‘bedriegen’. Ook kan het een gevoel geven onecht te zijn. Het oplichterssyndroom wordt vaak gezien als een reactie op bepaalde gebeurtenissen. Het wordt niet gezien als een psychische aandoening, maar psychologen vinden het wel reuze-interessant, want het wordt door veel van hen bestudeerd.

Oplichterssyndroom in praktijk
Zoals je wellicht weet schrijf ik voornamelijk persoonlijke blogs over schrijven en wat daar allemaal mee te maken heeft. Dus ja, ik heb last van het oplichterssyndroom. Niet alleen in mijn schrijfwerk trouwens, maar eigenlijk al sinds de middelbare school en tijdens de lerarenopleiding was het ook echt erg. Ik weet nog dat ik opdrachten nauwelijks in durfde te leveren omdat ik bang was dat ze slecht waren. Als ik vervolgens een hoog cijfer terugkreeg was dat niet direct een bevestiging dat ik goed bezig was, maar schreef ik het meestal toe aan ‘geluk’.

Ook in m’n schrijfwerk heb ik hier behoorlijk last van. Het duurde bij mijn eerste boek niet voor niets een hele tijd voordat ik het op durfde te sturen naar een uitgever. En ieder manuscript vind ik spannend (ik denk dat dat ook wel blijft), helemaal als de redacteur of uitgever al voordat ze het manuscript hebben gelezen vertellen dat ze er ruimte voor gaan maken bij de voor- of najaarsuitgave.

Wat te doen bij het oplichterssyndroom?
Op Wikipedia wordt als behandeling cognitieve gedragstherapie aangeraden. Een aantal jaar geleden heb ik dat ook gehad en soms pas ik het zeker toe. Maar wat doe ik nog meer?

  • Terugkijken op alles wat ik de afgelopen jaren heb gedaan. Een uitgever gaat echt niet zomaar zeven boeken uitgeven van een auteur als ze er geen brood inzien.
  • M’n lezersreacties doornemen. Ik heb tegenwoordig een schriftje waarin ik positieve reacties van lezers opschrijf. Lekker ouderwets met pen en papier, allereerst omdat m’n vulpen lekker schrijft en ook omdat het dan altijd toegankelijk is.
  • Met het stemmetje mee praten. Op de dagen dat ik dat ‘oplichtersstemmetje’ in mijn hoofd hoor dat zegt: ‘Je bent echt een waardeloze auteur’ (bijvoorbeeld), dan zeg ik: ‘Ja hoor, je hebt helemaal gelijk. Maar ik ga toch schrijven, want ik vind het leuk.’ Of: ‘Nou en, ook al bedrieg ik mensen … blijkbaar vinden ze dat fijn, anders zouden ze m’n boeken niet kopen.’
  • En wat het allermeest helpt is denken aan mijn roeping. Ik geloof dat ik mijn talent heb gekregen om te schrijven en dat dit bij God vandaan komt. Dat Hij wil dat ik schrijf, ook al twijfel ik vaak genoeg aan mezelf. En meestal zwakt het gevoel een oplichter te zijn af, of verdwijnt het zelfs.

Tot slot
Het oplichterssyndroom is iets waar heel veel mensen last van hebben. Misschien komt het door de hoge verwachtingen die we denken dat de wereld van ons heeft. Ik hoop dat mijn tips je kunnen helpen als jij je niet goed genoeg voelt, of denkt dat je vooral veel gelukt hebt. Je bent goed in wat je doet.

Ben jij bekend met het oplichterssyndroom?

Liefs,

Mirjam


7 Reacties

  1. Oh wat herkenbaar dit! Het gebeurt bij mij ook regelmatig dat die stem in mijn hoofd van alles over mij zegt. Ik kan mezelf echt flink voor de gek houden. Dank je wel voor je tips. Daar heb ik hopelijk wat aan!

  2. O je, zulke psychologische overwegingen, die ben ik niet van jouw gewend. Maar ja, nu je ouder bent…. Volgens mij is het gewoon een “gebrek aan zelfvertrouwen”. Zo zie ik het en dat herken ik maar al te doe. De goede resultaten worden vaak het toeval of geluk toegeschreven, de slechtere resultaten je eigen “kunnen”, of het gebrek eraan. En daarom is jouw oplossing met het schriftje ook een goede, omdat je het dan objectief, meetbaar bijhoudt. Oplichterssyndroom ken ik als begrip niet. Ik zou het eerder anders uitleggen. Als je beter voor doen, dan je werkelijk bent. Maar ja…. ik heb er niet voor gestudeerd. Succes met je resultaten (6 boeken!) en nog heel veel meer!

    1. Haha, ik had het bericht al een poosje geleden geschreven hoor, dus weet niet of het direct met ouder worden te maken heeft 😛 Misschien dat ik in m’n blog niet helemaal duidelijk erover ben, maar het oplichterssyndroom is wel net iets anders dan gebrek aan zelfvertrouwen, hoewel dat er wel mee te maken heeft. Het is meer dat iets je zo gemakkelijk afgaat dat je eigenlijk het gevoel hebt dat je andere mensen voor de gek aan het houden bent. En het heet juist oplichterssyndroom omdat je het gevoel hebt dat je andere mensen aan het oplichten bent. Als je je beter voordoet dan je bent, dan ben je gewoon een oplichter 😛 Denk ik 😉

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.