Schrijftip #17 Tijdsvormen

Het idee voor dit blogbericht ontstond toen ik laatst eens oude verhalen van mezelf doornam. In die verhalen kwam ik het gebruik van twee of drie verschillende tijdsvormen tegen. Soms gebruikte ik zelfs twee tijdsvormen per zin. In eerste instantie had ik daar totaal geen oog voor, tot ik er op gewezen werd door de proeflezer van mijn eerste boek.

Voordat ik vertel welke mogelijke vormen van tijd er zijn, wil ik je op het hart drukken dat het niet heel belangrijk is welke je gebruikt. Als je maar consistent bent. Ik denk dat het heel belangrijk is dat je schrijf in een tijdsvorm die voor jou fijn werkt. Voor mij is dat de onvoltooid verleden tijd. Mijn boeken zijn dan ook allemaal geschreven in die tijd, alleen mijn Kindle verhaal is geschreven in de onvoltooid tegenwoordige tijd.

Volgens de website van Onze Taal zeggen sommige mensen dat er maar twee ‘echte’ werkwoordstijden zijn, de twee die ik al noemde. Bij het schrijven van boeken worden die twee, de onvoltooid tegenwoordige tijd (ik werk, jij loopt) en de onvoltooid verleden tijd (ik werkte, jij liep), ook het meest gebruikt. Dit leest en schrijft het makkelijkst. Probeer maar een heel boek te schrijven in de voltooid tegenwoordige tijd. Het is echter wel mogelijk om bijvoorbeeld de onvoltooid tegenwoordige tijd af te wisselen met de voltooid tegenwoordige tijd (ik heb gewerkt, jij hebt gelopen), bijvoorbeeld als je schrijft over een flashback. In mijn eerste boek, De opdracht, heb ik mezelf uitgedaagd om een gedeelte van een hoofdstuk in die werkwoordsstijl te schrijven. Toen heb ik ook gemerkt dat het schrijven van een heel boek in die stijl zwaar vermoeiend zou zijn, laat staan hoe het is als lezer.

Maakt het voor de lezer uit in welke tijd je schrijft? Misschien. Ikzelf merk dat ik liever een boek lees die geschreven is in de onvoltooid verleden tijd, maar dat betekent niet dat ik boeken die geschreven zijn in de onvoltooid tegenwoordige tijd helemaal niet lees. Een tijd gelezen las ik enkele artikelen over the beststeller algorithm, een programma dat ontwikkeld was om bestsellers te analyseren en zo een algoritme voor het perfecte boek op te stellen. Ik meen me te herinneren dat er ook iets was gezegd over tijd (maar ik kan het juiste artikel niet meer vinden, sorry), maar uiteindelijk was de conclusie van het artikel ook dat boeken lezen alles met persoonlijke smaak te maken heeft en dat je nu eenmaal niet iedereen tevreden kunt stellen. Mijn advies blijft dan ook hetzelfde wat ik in het begin van dit bericht zei: Blijf consistent en zoek een tijdsvorm die goed bij jou past.

In welke tijd schrijf of lees jij een boek het liefst?

Liefs,

Mirjam

4 Reacties

  1. Interessant artikel! Het is heel grappig, maar als ik een verhaal schrijf vanuit een ‘verteller’, gebruik ik altijd automatisch de verleden tijd. Schrijf ik een verhaal in de ik-vorm, dan gebruik ik juist automatisch tegenwoordige tijd. Het een met het ander is veel makkelijker schrijven en leest zich ook lekkerder vind ik. Maar inderdaad, niks is goed of fout. Je moet gewoon doen waar je je het prettigst bij voelt! 🙂

  2. Interessant om te lezen. Ik lees en schrijf het liefst in de verleden tijd. Het schrijven in verleden tijd gaat ook bijna automatisch. Met de tegewoordige tijd heb ik meer moeite lijkt het 🙂

    1. Ja, dat is zeker herkenbaar. Misschien is het vooral zo omdat je een verhaal aan het vertellen bent, wat in principe al plaatsgevonden heeft (in ieder geval in jouw hoofd).

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *