Short story #2 Een boerenhart

Op een dag na is het een jaar geleden dat ik mijn eerste korte verhaal deelde op mijn blog. Daarna bleef het erg stil rondom deze rubriek. Ik schreef wel een aantal korte verhalen, maar die verschenen in tijdschriften of werden voorgelezen op de radio. Maar… een tijdje geleden moest ik voor de LOI cursus een kort verhaal schrijven in het streekroman genre. Vandaag deel ik dit verhaal met je, veel leesplezier!

‘Joost, Joost! Kom je eten?’ Het uitgelaten stemmetje van zijn zusje Mariska zorgde ervoor dat Joost opschrok uit zijn gedachten. Hij zuchtte nog eens diep, staarde nogmaals in de verte, maar er was geen wolk te zien. Er was ook geen regen voorspeld, maar Joost bleef hopen, tegen beter weten in.
Toen hij binnenkwam zaten allemaal al aan tafel, zelfs Hendrik was erbij. Wat zijn oudste broer op een doordeweekse dag thuis deed was hem een raadsel.
‘En, bevalt het boerenleven je nog steeds?’ vroeg Hendrik met een grijns, nadat pa de maaltijd was begonnen met gebed.
‘Natuurlijk, waarom niet?’ zei Joost, terwijl hij een hap nam van de pasta die zijn moeder had gemaakt. Het was het lievelingskostje van Hendrik, dus ma had geweten dat zijn broer vandaag langs zou komen.
‘Ik dacht dat je na die crisis van vorig jaar wel opgegeven zou hebben,’ was Hendriks antwoord. ‘Normaal ben je niet het type dat makkelijk volhoud.’
Joost voelde het bloed naar zijn wangen stijgen en wisselde een blik met pa. Die knikte hem kalm toe, maar Joost wist niet wat hij nu moest doen.
‘Hoeveel heeft dat grapje nu eigenlijk gekost?’ Hendrik praatte vrolijk verder, alsof hij de gespannen sfeer helemaal niet aanvoelde.
Pa zuchtte. ‘Het viel uiteindelijk mee. We hebben een schadevergoeding gekregen. En er waren genoeg mensen die wél de eieren kochten. Bovendien hebben we allemaal nieuwe kippen gekregen.’
‘Van wie?’
‘Van de kerk,’ antwoordde pa. ‘Vanavond is er trouwens een bidstond, ga jij nog mee, Joost?’
Joost haalde zijn schouders op. Hoeveel zin had het om te bidden voor regen, terwijl het overduidelijk was dat de droogte nog wel een tijd aan zou houden? En hoeveel mensen waren er nu echt geïnteresseerd in regen?
‘Een bidstond? Waarvoor dan?’ Hendrik wilde natuurlijk het naadje van de kous weten.
‘Regen,’ was pa’s korte antwoord.
‘Waarom dat dan?’
Joost weerstond de neiging met zijn ogen te rollen. Had zijn broer vroeger zo weinig meegekregen over het boerenbedrijf dat hij niet begreep dat regen noodzakelijk was om gewassen te laten groeien?
‘Als het niet snel gaat regenen, mislukt de hele oogst,’ zei pa rustig. ‘Hierdoor stijgen ook de voederprijzen, waardoor jij komende winter ineens een stuk meer moet betalen voor je kipje uit de supermarkt.’
‘Maar zo erg is het toch niet?’ stelde Hendrik. Joost wilde het liefst opstaan en hem door elkaar schudden. Na de fipronil crisis van afgelopen zomer stonden veel boerenbedrijven in de omgeving op omvallen. Eén mislukte oogst zou het einde betekenen van generaties lang zwoegen.
‘Nog niet,’ antwoordde pa. ‘Maar als het niet snel gaat regenen, gaat het wel zo erg worden. Maar laten we het nu over vrolijkere dingen hebben.’ Hij wierp een blik op ma en de meisjes.
‘Gaan jullie morgen nog naar de Oud Veluwse markt?’ vroeg hij vriendelijk aan Mariska, Nellie en Jantine.
Zijn drie zusjes knikten enthousiast.
‘Tante Ria heeft echte klederdracht jurken voor ons gemaakt,’ vertelde Nellie trots. ‘Zelfs eentje voor de pop. We mogen ook een oude kinderwagen lenen en dan gaan we meelopen in de optocht.’
De rest van de maaltijd verliep een stuk gemoedelijker.

Na het eten liep Joost nog even naar de kippenschuur. Verschillende kippen kwamen hem kakelend tegemoet en hij glimlachte. Dit zou zijn broer nooit begrijpen, dat je gelukkig kon zijn als je de hele dag omringd werd door dieren. Maar de kippen begreep Joost, hij wist wat ze nodig hadden. Hij strooide wat graan voor de kippen uit. Natuurlijk hadden ze voedermachines, maar hij vond het fijn om even persoonlijke aandacht voor ze te hebben. Net als pa was hij ervan overtuigd dat de eieren daardoor lekkerder smaakten. Toen hij de schuur uitliep keek hij nog eens hoopvol naar de lucht. Nog steeds geen wolkje te zien.
‘Het komt wel goed,’ hoorde hij de zware stem van pa. ‘Uiteindelijk komt alles goed.’
‘Hoe kunt u dat nu zeggen?’ vroeg Joost en hij probeerde niet te verwijtend te klinken.
‘Er zal regen komen. En er is nog de optie om het mais eerder te kneuzen, dat zal iets minder opleveren, maar er zal genoeg zijn. Je moet een beetje vertrouwen hebben, mien jong.’
Dat laatste zei pa alleen maar als hij iets wilde vertellen wat écht belangrijk was, wist Joost. In tegenstelling tot andere families werd er bij hen thuis weinig dialect gesproken.
‘Kunnen we niet alsnog sproeien?’ probeerde Joost. ‘Het verbod is onredelijk, hoe kunnen ze verwachten dat wij blijven bestaan als we onze gewassen niet eens mogen besproeien? Terwijl de gewone mensen dit wel met hun tuinen mogen doen?’
Pa legde een hand op zijn schouder. ‘Ze zullen het wel weten, daar in Den Haag. Ik denk dat zij ook vertrouwen hebben dat het goed komt.’
Joost schudde meewarig zijn hoofd, dit kon pa niet menen.
‘Ik geloof er in ieder geval wel in,’ zei pa. ‘Dingen komen nu eenmaal zoals ze komen en gebeuren volgens de wil van God. Daarover gesproken, ga je nog mee naar de bidstond?’
Joost schudde nogmaals zijn hoofd, hij durfde niets te zeggen omdat hij zijn stem niet vertrouwde. Hoe kon pa spreken over de wil van God en vertrouwen hebben voor de toekomst? Had hij de kasboeken niet gezien? Zag hij niet hoe het mais stond te verpieteren in de hitte?
‘Je broer is absoluut geen boer,’ zei pa. ‘Ik ben blij dat in ieder geval een van mijn zoons een boerenhart heeft. Maar ook zo’n boerenhart moet bewerkt worden door de grote Boer, mien jong.’
Joost knikte, dat had pa al meerdere keren verteld.
‘Ik zou het vreselijk vinden om de boerderij te verliezen,’ ging pa verder. ‘Maar mijn zoon verliezen aan bitterheid en woede…’ Hij zweeg en Joost begreep wat pa bedoelde.
‘Ik ga wel mee,’ zei hij tenslotte. Als dat een bidstond noodzakelijk was om een fikse regenbui te krijgen, dan had hij het er voor over. En als het niet kwam, dan kon hij zich berusten in de gedachte dat het in ieder geval niet aan hem lag. 

Lees jij graag streekverhalen/streekromans?

Liefs.

Mirjam

1 Reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *